Europese dag van de Logopedie in teken van preverbale logopedie

Preverbale logopedie is logopedie voordat het spreken begint. De preverbaal logopedist houdt zich bezig met de behandeling van jonge kinderen met voedingsproblemen en het begeleiden van kinderen die aan het begin staan van de communicatieve ontwikkeling. Vanwege de Europese dag van de Logopedie (6 maart 2012) brengt de NVLF een nieuwe folder uit.

Preverbale begeleiding kan gegeven worden als een kind problemen heeft met het drinken uit de borst of uit de fles, het eten van de lepel of het leren kauwen. Ook kinderen bij wie de spraak/taalontwikkeling laat op gang komt, kunnen in aanmerking komen voor preverbale logopedie. Het aantal kinderen dat met preverbale logopedie wordt geholpen groeit. Door de verbeterde medische ontwikkelingen neemt onder andere de groep kinderen met sondevoeding toe. Een vroege onderkenning van voedingsproblemen leidt tot betere preventieve zorg waardoor ouders minder lang hoeven te tobben. Preverbale logopedie wordt altijd gegeven op verwijzing van een (huis)arts omdat er medische controle nodig is.

Als er problemen zijn met het eten en drinken (en dus met het slikken en kauwen) is het belangrijk dat ouders direct aan de bel trekken. Eten en drinken zijn zeer basale functies. Eet of drinkt een kind niet goed dan heeft dat direct impact op de groei. En dus op de gezondheid van een kind. Maar ook op het gedrag van een kind en op de situatie die het thuis met zich meebrengt (gezin). Eten en drinken zijn sociale gebeurtenissen. Ouders vinden het hierdoor vaak lastig om problemen met het eten en drinken in goede banen te leiden.

Relatie tussen het slikken en de spraakmotoriek

De spieren waarmee je spreekt (mondmotoriek) zijn dezelfde spieren die je gebruikt om eten te verwerken en tot je te nemen. Stoornissen in het kauwen en slikken kunnen leiden tot problemen met het spreken. Het gevoel in de mond kan ook anders zijn doordat een kind ervaringen mist in zijn mond omdat er niet of slecht wordt gegeten. Dit kan van invloed zijn op het spreken. De mondmotoriek die wordt ingezet bij zuigen, slikken, kauwen heet de primaire mondmotoriek. De mondmotoriek die wordt ingezet bij de spraak is de secundaire mondmotoriek. De spraakmotoriek bouwt zich voort op de primaire mondmotoriek.

De onderliggende reden van het niet kunnen eten bepaalt daarom hoe het spreken verloopt. Is er een probleem in de neurologische aansturing of de spierkracht, dan is de relatie duidelijk. Ligt de reden van het niet kunnen eten in gedrag of trauma dan is die relatie met de spraakmotoriek vaak niet aanwezig.

Een korte interventie, soms een éénmalig consult is voldoende, soms is een langdurig behandeltraject nodig. Dit is afhankelijk van de ernst van de problematiek en de bijkomende problemen zoals gedrags- of pedagogische problemen. De preverbale logopedist werkt samen met de consultatiebureauarts, wijkverpleegkundige, huisarts, kinderarts, diëtist, pedagogisch medewerker, psycholoog of de kinderfysiotherapeut.

In de eerste lijn en in het ziekenhuis

In de vrije vestigingen (de eerstelijnszorg) wordt preverbale logopedie geboden als het probleem logopedisch is. Behandeling vindt plaats na verwijzing van de consultatiebureauarts, huisarts of kinderarts. In de ziekenhuizen en revalidatiecentra komen vooral kinderen die naast logopedie ook hulp krijgen van andere disciplines zoals de kinderfysiotherapeut of de diëtist. Soms is er een brede aanpak nodig als er sprake is van onderliggende neurologische problematiek, een spierziekte, sensorische verwerkingsproblemen, motorische problematiek (spasticiteit), of als er hulpmiddelen nodig zijn zoals een aangepaste stoel. In de eetteams van ziekenhuizen en revalidatiecentra komen de kinderen bij wie de vorige stappen niet hebben gewerkt en bij wie bijvoorbeeld de pedagogische invalshoek (gedragswetenschappelijke invalshoek) nodig blijkt door in het verleden opgedane nare ervaring met het eten.

bron: NVLF




Reacties:

Er zijn geen reacties

Reageer:

Naam (*)
Email (*) - niet zichtbaar op de website
opmerking (*)