Reactie van Prof. Dr. Wim Van den Broeck op reactie VVL op hun website

Wim Van den Broeck - 09/02/2012 09:35

Geachte mevrouw/mijnheer,

Naar aanleiding van de reactie op onze open brief zoals die verscheen op de website van de VVL, willen we graag op onze beurt reageren.
Vooreerst: we hebben altijd goede contacten gehad met de VVL, wat o.m. blijkt uit enkele lezingen die we verzorgden voor de VVL en enkele bijdragen die we schreven in het tijdschrift van de VVL.
We hebben dan ook met verbazing, die beslist niet geveinsd is, geconstateerd dat de schrijver van de reactie ervan uit gaat dat we vooral de groep van de logopedisten viseerden in onze brief.
Dat we uiteenlopende reacties zouden ontvangen, hadden we natuurlijk wel voorzien: eerder positieve uit de hoek van het onderwijs en de CLB's, en wat meer kritische uit de hoek van therapeuten en paramedici. Maar de reactie van de VVL lijkt ons al te zeer ingegeven door een (min of meer begrijpelijke) zelfverdedigingsreflex die voorbijgaat aan de eigenlijke boodschap van onze brief.
We reageren verder puntsgewijs op enkele zinsneden.

"In de brief trekken de auteurs van leer tegen de “ontspoorde praktijk van overdiagnosticeren en bijhorende therapeutisering van het onderwijs”. "

"Van leer trekken tegen ..." klinkt alsof we hierin overdrijven. We wilden hier uitsluitend een opvallend feit noemen als uitgangspunt. Een feit dat door ieder kan geconstateerd worden en dat ook door de overheid als problematisch wordt beschouwd.

"Zonder hierbij op alle aangehaalde aspecten in de brief te willen ingaan betreurt de VVL het ongenuanceerde en soms zelfs kwetsende beeld dat van de logopedisten wordt opgehangen. "

We hebben nooit de intentie gehad een beeld van logopedisten weer te geven, laat staan dat we een beroepsgroep zouden willen kwetsen. Wat we wel hebben gedaan, is een bepaalde praktijk aan de kaak stellen, die we helemaal niet geïdentificeerd hebben met een bepaalde beroepsgroep. Kinesisten, psychologen, pedagogen, en andere therapeuten kunnen zich hier eveneens door aangesproken voelen. (We hebben het woord 'logopedisten' slechts één keer gebruikt, en dat in een louter beschrijvende en dus niet evaluatieve context). We beseffen heel goed dat het werk van al deze disciplines die zich bezig houden met schoolexterne hulp niet over dezelfde kam mag geschoren worden, wat we ook herhaaldelijk in eerdere publicaties hebben geschreven. Overigens hebben beide ondertekenaars, de ene in een verder verleden, de andere in de huidige situatie, zich bezig gehouden met schoolexterne hulp. Ons punt is dus niet dat daar op zich iets mis mee is, maar wel dat de manier waarop (intensiteit en samenwerking met de school) van groot belang is. Dit laat onverlet dat we van mening zijn dat dergelijke hulp slechts een laatste reddingsboei mag zijn nadat in de school alles is gedaan om het probleem zo adequaat mogelijk aan te pakken.

"Ongenuanceerd omdat de auteurs louter uitgaan van een psycho-pedagogisch model voor de verklaring en remediëring van dyslexie en daarbij de medisch-neurologische invalshoek compleet negeren. "

Wij gaan niet uit van een bepaald model. Wij gaan alleen uit van wat de wetenschap ons leert. De VVL creëert hier een oneigenlijke tegenstelling tussen een psycho-pedagogisch model en een medisch-neurologisch model. Dat is niet reëel. We zijn bijzonder goed op de hoogte (als wetenschappers is dat ook onze plicht) van het neurologische onderzoek. Op dit ogenblik bereiden we zelfs een internationale publicatie over dyslexie voor waarin ons gevraagd is, naast de gedragsstudies, in te gaan op wat ons het neurologische onderzoek leert. Bijzonder interessant daarbij is dat er onder onderzoekers meer en meer een consensus groeit dat de neurologische studies extra evidentie aandragen tegen het klassieke defect-model, precies omdat ze o.m. aangeven dat gedragsmatige interventies zichtbare en meetbare veranderingen teweegbrengen op hersenniveau. We kunnen hier helaas niet dieper ingaan op deze fascinerende nieuwe ontwikkelingen betreffende hersen-gedragsrelaties, maar dit moet volstaan om duidelijk te maken dat we helemaal niets negeren. In onze brief gaven we al aan dat de wetenschappelijke kennis zo moeilijk blijkt door te stromen naar de praktijk, die helaas al te vaak gekenmerkt wordt door mythevorming en voorwetenschappelijke noties. We mogen hopen dat de VVL zich hier niet aan bezondigt en zich terdege laat informeren over recente wetenschappelijke ontwikkelingen. De bovenstaande zin uit de VVL-reactie maakt ons daar wel ongerust over.

"Kwetsend voor de talloze ouders die hun kind met succes hebben toevertrouwd aan de deskundigheid van een logopedist(e). Kwetsend omdat de expertise van de logopedisten bij het begeleiden van kinderen met dyslexie volledig miskend wordt. "

De VVL-woordvoerder gaat hier onverdroten door met het zoeken en vinden van gekwetste zielen. "Kwetsend voor de talloze ouders": het maakt weinig indruk omdat wij in het geheel niets gezegd hebben over ouders, die o.i. overigens het volste recht hebben om hun kind buitenschools te laten begeleiden. Dus rest alleen nog: "kwetsend voor de miskenning van de expertise van logopedisten". We nemen aan dat deze reactie ingegeven is door het door ons aangehaalde onderzoek dat aantoont dat buitenschoolse hulp door paramedici minder effectief is, en door onze stelling dat externe therapeuten geen experts zijn in het leren lezen, schrijven en rekenen. Tegen het aangehaalde onderzoek valt moeilijk te argumenteren omdat het gaat om een grootschalige meta-analyse die gebaseerd is op al het bestaande onderzoek daarover. Dat buitenschoolse hulp minder effectief is, moet dus beschouwd worden als een robuust feit. Als er hier dus iets kwetsend is, is het de werkelijkheid zelve (en inderdaad, die is vaak kwetsend, maar daar moet ieder die wetenschappelijk geschoold is mee leren leven). Uit onze toevoeging dat deze lagere effectiviteit te wijten is aan een (vaak door praktische redenen) lagere intensiteit van oefening, blijkt toch duidelijk dat we hiermee helemaal geen uitspraak doen over de intrinsieke kwaliteiten of expertise van logopedisten. We kunnen ons voorstellen dat onze uitspraak dat externe therapeuten geen experten zijn in het leren lezen en rekenen wel degelijk overkomt als een miskenning van de expertise van logopedisten. Toch is dat niet het geval vanwege het simpele feit dat er nu eenmaal op dit ogenblik van de stand der wetenschap geen gevalideerde specialistische behandelmethode bestaat om het leesproces van dyslectici te bevorderen. Uiteraard weten we wel dat er allerlei claims zijn in die richting, maar als we realistisch bekijken wat al de effectieve behandelmethoden doen, dan is dat in feite niets anders dan kinderen leesoefeningen aanbieden, en dat is precies waar leerkrachten beter in geschoold zijn en vooral waarvoor ze in klasverband meer tijd hebben. Kortom, er is geen enkele reden om dik te doen over het specialistische karakter van dergelijke oefeningen, niet door logopedisten, maar ook niet door psychologen, pedagogen, neurolinguïsten, enz. Anders gezegd, logopedisten doen hier gewoon wat ze kunnen (en moeten) doen, alleen, ze kunnen dat meestal te weinig intensief doen. Dat is dus verre van een verwijt en in generlei vorm kwetsend. Nogmaals, logopedisten die er in slagen om wel uit te stijgen boven deze 'gemiddelde' intensiteit (o.m. door zeer goede afspraken met school en ouders) leveren uitstekend werk dat we altijd gewaardeerd hebben.

"Bovendien geven de auteurs blijk van een groot gebrek aan realiteitszin daar waar ze beweren dat enerzijds enkel de scholen een taak hebben in het begeleiden van kinderen met een stoornis op het vlak van lezen, schrijven of rekenen en anderzijds waar gesteld wordt dat de CLB’s hun rol niet meer volwaardig kunnen spelen wegens de eisen van ‘externen’ en ouders."

"Een groot gebrek aan realiteitszin"! We zitten heus niet alleen in onze academische ivoren toren, maar we hebben veelvuldige en nauwe contacten met het praktijkveld, zowel met leerkrachten CLB's, logopedisten en beleidsmensen. Onze open brief is o.m. ingegeven door de overtuiging dat er te weinig rekening gehouden wordt met de realiteit van wat dyslexie is en wat eraan kan gedaan worden. Het is inderdaad een realiteit geworden dat leerkrachten heel vaak doorverwijzen (naar BO of naar therapeuten). De schrikbarende toename van doorverwijzingen van allerlei problemen, die in feite het gewone schoolse leren betreffen, kan door niemand, ook niet door de VVL als een gunstige ontwikkeling bekeken worden. Men kan het toch moeilijk als normaal beschouwen dat er klassen zijn waarvan één derde van de kinderen naar de logopedist gaat. Wij hebben nergens beweerd dat externe hulpverleners geen rol te spelen hebben, wij hebben wel beweerd dat voor de meeste schoolse problemen de school de plaats is waar moet ingegrepen worden. Pas indien de school al het mogelijke gedaan heeft, dan pas kan in een uitzonderlijk geval een beroep gedaan worden op externe hulp. Het heeft uiteraard geen enkele zin om het begrip 'stoornis' te laten uitdijen tot 10 à 20% van de populatie, dan is het per definitie geen stoornis meer. Dat CLB's hun rol alsmaar moeilijker wordt, is gewoon een feit, en dat steeds meer CLB-medewerkers daar mee kampen eveneens. Dat blijkt overigens uit de vele positieve reacties die we ontvingen uit die hoek op onze brief.

"De VVL erkent dat er op het vlak van bijvoorbeeld de implementatie van STICORDI-maatregelen nog stappen dienen gezet te worden"

De kern van ons betoog is dat compenserende en dispenserende maatregelen, die er meestal op neerkomen dat kinderen ontslagen worden van bepaalde delen van het curriculum, hen niet vooruit helpen, zoals vaak verondersteld wordt, maar hen net verder opzadelen met een grotere handicap. STICORDI-maatregelen passen geheel in het defect-model, waarvan we aangegeven hebben dat dit model wetenschappelijk niet kan worden gehandhaafd. Hoe men wel zinvol kan omgaan met de problemen van kinderen met leerstoornissen in de schoolcontext zou ons hier te ver voeren.

Tot slot, we hebben er alle begrip voor dat de VVL de beroepsbelangen van haar leden verdedigt, maar de vraag is wat die belangen zijn. Op korte termijn zijn dat uiteraard ook de (overigens legitieme) mercantiele belangen, maar op langere termijn denken we dat ook de VVL er alle belang bij heeft zoveel mogelijk aan te sluiten bij wat op grond van wetenschappelijke kennis "best practices" zijn. Uiteindelijk zou het ons toch allemaal te doen moeten zijn om het algemeen belang van kinderen in het onderwijs. We houden ons graag ter beschikking om deze discussie onder welke vorm dan ook verder te zetten in de overtuiging dat misverstanden meestal het gevolg zijn van onvolledige informatie, waarop ook onze open brief geen uitzondering zal zijn.

P.S. We zouden het op prijs stellen mochten jullie op de een of andere manier deze uitvoerige reactie ook bij jullie leden laten terecht komen. Tenslotte is het alleen maar een poging tot verheldering van ons standpunt. We begrijpen dat deze reactie te lang is om zo maar op jullie website te plaatsen, maar een link naar een document is misschien een idee. Uiteraard zijn er nog andere manieren om deze toch wel belangrijke discussie verder te zetten. We horen graag hoe jullie dat zien.

Hoogachtend,

Wim Van den Broeck





Reacties:

Er zijn geen reacties

Reageer:

Naam (*)
Email (*) - niet zichtbaar op de website
opmerking (*)